Waarnemingen in 2012

Incognito

Met de herfstalsem (Artemisia verlotiorum) is het merkwaardig gesteld. Vijf jaar geleden werd verwacht dat deze nieuweling vanuit het zuiden snel op zou rukken. Er zijn echter weinig meldingen, maar in Breda zien we hem steeds meer. Bijgaande foto is  op 1-12 aan de Markkade genomen, maar er zijn nog 4 of 5 andere plekken waar hij staat. De plant lijkt sterk op de verwante bijvoet (Artemisia vulgaris) en wordt zeker zo groot: tot 1.50 m. Elders over het hoofd gezien? Fijnere neus in Breda? Je kunt de plant goed aan de reuk herkennen: harsachtig.
De plant bloeit ook later dan bijvoet. Zie je dus een bijvoet in het najaar die nog groen is, en de anderen al bruin: meld het ons. Een goede kans dat het herfstalsem is.

Gouden aardbei

Waldsteinia ternata is een bodembedekker die regelmatig in tuinen wordt aangeplant. In een brandgang ten oosten van de Jorisstraat troffen we op 21 december jl. een groepje ontsnappers aan. De plant is genoemd naar Franz von Waldstein, een Duitse botanicus uit de 18e eeuw. De plant komt van nature voor in de Karpaten, in Slovenië en in het oosten van Oostenrijk. De Nederlandse naam is goudaardbei. Niet vanwege de vruchten, maar door de bloemen. Die lijken veel op aardbeibloemen, maar dan goudgeel.

De muurfijnstraal komt eraan

De muurfijnstraal  (Erigeron karvinskianus) doet in Breda, voor zover we weten, zijn naam nog geen eer aan. We hebben  dit plantje nog niet op een muur zien groeien. Wel min of meer kruipend in een brandgang  achter de Jorisstraat op 21 december.  Zelfs nog bloeiend  op de kortste dag van het jaar.

Bijna twee jaar geleden hadden we hem al eens gespot in de omgeving van het Stadserf en een jaar geleden in IJpelaar.
Dit is dus de derde waarneming voor Breda. De plant is afkomstig uit Mexico.

Plakbloem

Een fraaie naam heeft de pekbloem (Silene armeria) niet. Deze eenjarige anjersoort troffen we aan in Ulvenhout op 26 oktober aan de rand van een bouwplaats aan de Akkerstraat.
De naam ‘pekbloem’ is gegeven vanwege een plakkerige zone op de stengel net onder de bloem.
De bloem duikt geregeld in steden op, maar schijnt nergens bestendig te zijn.

Ontsnapte viool

Viooltjes zijn populaire tuinplanten, vooral degenen met forse bloemen.
Uit de zaden van deze planten ontstaan vaak weer kleinbloemige exemplaren. Ze lijken dan sprekend op het driekleurig viooltje (Viola tricolor). Het tuinviooltje is een variëteit van deze wilde plant en wil nogal eens op straat terecht komen.
De viooltjes op de foto stonden 26 oktober op de Rooiakker in Ulvenhout.

Waakvlam

Bij sommige stadsplanten slaat de twijfel harder toe over vermelden of niet, dan bij andere. Bij de vlambloem (Phlox paniculata), ook wel tuinflox genoemd, was de twijfel groot. Op de foto is te zien dat de plant eigenlijk nog met één been in de tuin staat in Ulvenhout op 2 november. Na wat zoeken vonden we dat nog op vier andere plaatsen in Nederland ontsnappingen van vlambloemen worden gemeld. Dus het kan wel.

In principe kan natuurlijk elke plant die het in de tuin goed doet, verwilderen.

 

De vlambloem komt uit de gematigde zone van Noord-Amerika en zou het hier, net als vele landgenoten, kunnen vlammen. Dat zien we nog niet gebeuren, maar we blijven waakzaam.

Oosterse klimmer

Een duidelijke geval van een zaailing uit de directe omgeving  is de Oosterse wingerd (Parthenocissus tricuspidata) die we vonden in een gangetje aan de Galvanistraat op 20 oktober. In het najaar zal deze klimplant prachtig rood kleuren. Andere namen zijn: driebladige wingerd en wilde wingerd.
De plant stamt oorspronkelijk uit China en Japan en is waarschijnlijk al op enkele plaatsen ingeburgerd. Misschien nu ook in Breda.

Petuunja of nee?

Tot op heden hadden we nog nooit een Petunia op straat aangetroffen. Op de Overakkerstraat was het eindelijk zo ver op 18 oktober. Maar de bloemen waren wel aan de kleine kant. Waarschijnlijk is het een nauwe verwant: een Calibrachoa-soort.

IJzerhard

In de Brigidastraat bevindt zich een bijzondere tuin en een bijzonder plantsoen, aangelegd door een bewoner, die tevens beroepsmatig tuinen aanlegt. Gaat dat zien!
Uit die begroeiing is ijzerhard (Verbena bonariensis) ontsnapt naar de straat, zo stelden wij vast op 18 oktober.  De plant verwildert in Nederland meer op stenige droge plekken.
De naam ‘ijzerhard’ heeft betrekking op de harde stengel.

Perronplanten

Leden van de werkgroep hebben 23 augustus met een geldig vervoersbewijs op zak het station van Breda eens onderzocht op de aanwezigheid van planten.

Tussen en langs de rails en in het bijzonder op spoorwegemplacementen worden vaak bijzondere planten gevonden. Met de trein reizen ook zaden mee. Dat doen ze natuurlijk zwart. Tussen en langs de rails heersen bijzondere omstandigheden. Door de aanwezige steenslag en soms sintels absorbeert de bedding meer warmte. En er is ijzerroest van de rails en van de treinen. De aanwezigheid van fecaliën en urine heeft weinig tot geen invloed.

Tussen de rails is het gevaarlijk zoeken. Zelfs vlak bij de rand van het perron gaan kijken leverde een ondervraging door de spoorwegpolitie op. We hebben ons dus maar beperkt tot de perrons.

Behalve de ‘gewone’ straatplanten als varkensgras, liggende vetmuur, melganzenvoet, Canadese fijnstraal, gewone melkdistel, kantige basterdwederik, harig vingergras, glad vingergras, straatgras en straatliefdegras kwamen we ook nog bleekgele droogbloem, rode schijnspurrie, bezemkruiskruid, kleverig kruiskruid, korrelganzenvoet, heermoes en boswilg tegen. Deze lijst is niet volledig.

Een geweldige vondst was riempjes (Corrigiola litoralis), een zeldzaam plantje, dat bovendien sterk achteruitgegaan is de laatste decennia. Een Rode Lijst-soort dus. Als dat maar niet het stilleggen van de bouw van het nieuwe station tot gevolg heeft.

Japanse geveltourist

Vlakbij  het centraal station van Breda, namelijk in de Emmastraat, vonden we op 28 augustus de Japanse anemoon (Anemone x hybrida/A, hupehensis x vitifolia). Het is een zeer algemene tuinplant afkomstig uit Japan, die in de tuin flink kan woekeren via wortelstokken. In de Emmastraat wurmt de plant zich met tientallen exemplaren tussen gevel en stoeptegels naar boven en vormt dan ook nog knoppen. Het is niet duidelijk of de plant daar door zaad is terecht gekomen of via een stoeptuin helemaal vooraan, aan de wandel is gegaan.
Dan is het een wandeling van meer dan 50 meter.

Straatwolfsmelk in Ulvenhout

Op 5 oktober ontdekten we een nieuwe plantensoort voor Breda en omstreken op de begraafplaats van Ulvenhout aan de Dorpsstraat. Op twee plekken woekert straatwolfsmelk ( Euphorbia maculata) over behoorlijke oppervlakten.
De soort is afkomstig uit Noord-Amerika en is waarschijnlijk via Zuid-Europa in Nederland terecht gekomen.
Het plantje schijnt een bijzondere voorliefde te koesteren voor begraafplaatsen en andere stenige plaatsen.

Springzaad

Op de Ginnekenweg werd op 14 september het tweekleurig springzaad (Impatiens balfourii) aangetroffen in een groot aantal exemplaren.
Tot en met 2005 was tweekleurig springzaad niet in Brabant waargenomen en ook daarna zijn de meldingen schaars. Volgens de site ‘Waarneming” in Roosendaal eenmaal in 2006 en dan nog in Berlichem en Etten-Leur. Voor Breda is het een nieuwe plant die waarschijnlijk een sprong uit een tuin heeft gewaagd.
De plant is evenals reuzenbalsemien (Impatiens gladulifera) en klein springzaad (Impatiens parviflora), afkomstig uit de Himalaya/Midden-Azië.

Hosta

Een Nederlandse naam voor hosta is hartlelie.
Dat is niet zo’n een gekke naam, want de hosta (Hosta spec.) behoort tot de aspergefamilie waartoe ook de graslelie behoort.
Op 14 september zagen we een hosta  op een veldje aan de Leistraat. Ook elders in Breda hebben we de hartlelie gezien. Toch wordt de hosta nauwelijks als verwilderend gemeld in Nederland, hoewel ze toch goed zaad kunnen zetten. Misschien komt dat omdat hosta’s  bij slakken zeer gewild zijn als voer.
De naam ´hosta´ komt van een Finse arts genaamd Host, die leefde omstreeks 1800.

Gipsvlucht op kerkhof

Het gipskruid (Gypsophila muralis) is een nietig plantje dat in het wild alleen, en dan zeer zelden, werd waargenomen langs de grote rivieren. De laatste jaren worden ontsnappingen uit bloemperken gemeld. Ook in Ulvenhout is zo een geslaagde vlucht vastgesteld op het kerkhof op 6 oktober. Gipskruid staat er om bekend dat het tot laat in de herfst nog bloeit.
Het gipskruid dat u kent van boeketten is het pluimgipskruid (Gypsophila paniculata). Dat is een andere soort, afkomstig uit Zuidoost-Europa, en tevens verwilderend in Nederland.

Dalmatiëklokje tikt ver van huis

Behalve het kruipklokje (zie rubriek ‘Stadsplanten’) is er nog een klokje dat hier en daar langs gevels en muurtjes zijn weg door de stad zoekt: het Dalmatiëklokje (Campanula portenschlagiana). Het exemplaar op de foto troffen we 14 september aan op het Kerkpad tussen de Baronielaan en de Zandbergweg.
De twee soorten zijn lastig uit elkaar te houden. Die uit Dalmatië heeft bloemen zonder wit in de kroonbuis en de bladrand is minder gezaagd.  Beide soorten zijn afkomstig uit Kroatië.

Gekielde dravik in het Kielegat

Zoals veel stadsgrassen komt ook de gekielde dravik (Ceratochloa carinata) uit Noord-Amerika.
Hij stond behoorlijk massaal op een volkstuinachtig terrein achter Fort op 7 augustus.

Het gras is waarschijnlijk met de Amerikaanse troepen in 1945 naar Nederland gekomen. Vaststaat dat het vanaf 1945 in Wageningen voorkomt. Sindsdien heeft het zich verspreid over vooral Midden- en Zuid-Nederland. Op een verspreidingskaart uit 2005 staat Breda nog niet vermeld als vindplaats en dus mogen we het als nieuwe soort voor Breda beschouwen.
In Europa komt de soort in Zuid-Engeland voor en schaars in België. Toch kan men verwachten dat dit gras over 50 jaar een mondiale verspreiding zal hebben.

Een ereprijs voor Breda

En wel een bijzondere ereprijs: de lange (Veronica longifolia). Op 28 augustus aan de Merodelaan trof een verbaasde Werkgroep Stadsplanten Breda ruim 50 exemplaren van de behoorlijk zeldzame lange ereprijs aan. Zoals op de foto te zien is, gewoon op de stoep. De plant was al eerder gesignaleerd in een waarneming van 25 juni (zie onder Waarnemingen 2011 Bavel) op de hoge geluidswal aldaar. Op die plek is echter een Zuid-Europees zaadmengsel ingestrooid en is spontane verwildering niet aannemelijk.

Lange ereprijs is een plant die in Brabant wel langs de Dommel voorkomt. Men vermoedt dat verwilderde planten een vruchtbare kruising zijn tussen de tuinplant aarereprijs (Veronica spicata) en lange ereprijs. Gelet op de snelle uitbreiding ter plekke zou dit heel goed een nieuwe blijvende plant voor de Nederlandse flora kunnen worden.

Bonte woekeraar

Op diverse plaatsen hebben we Houttuynia cordata 'Chameleon' aangetroffen. De foto is van de vindplaats in de Pastoor Boumanstraat en is genomen op 21 augustus.
Als Nederlandse naam wordt wel ‘moerasanemoon’ gebruikt, hoewel de plant daaraan in het geheel niet verwant is. Hij behoort tot een kleine familie Saururaceae en is afkomstig uit Oost-Azië. De plant gedraagt zich zo ongeveer als zevenblad: uit elk stukje wortel groeit een nieuwe plant. Dat is de reden dat deze plant heel goed zou kunnen inburgeren in Breda. De bonte vormen zijn een kwekersproduct. De wilde vorm is gewoon groen.
De Nederlandse naam verwijst naar zijn voorkeur voor een wat vochtige omgeving. Als bijzonderheid kan nog worden genoemd dat de plant aromatisch is: naar sinaasappel of naar koriander ruikt, al naar gelang de neus.

De wetenschappelijke geslachtsnaam ‘Houttuynia’ komt van Maarten Houttuyn, een Nederlandse plantenkenner die Systema Naturae van Linnaeus in het Nederlands vertaalde in de 18de eeuw.

Kokardebloem

De ouderwetse tuinplant Kokardebloem (Gaillardia hybride) troffen wij aan op 7 augustus tussen stoepband en weg aan de Wendel. Natuurlijk is zo een plant afkomstig uit zaad uit een tuin vlakbij.
Ook is niet te verwachten dat deze plant stand zal houden in Breda.
Niettemin is het een leuke en vooral opvallende vondst.

De meeste soorten van het geslacht groeien in het oosten en zuiden van de VS, langs bosranden en op open plekken in de bossen. Daar stammen onze bloemen van af. Dat zijn meestal kruisingen en hebben veel grotere bloemen dan de wilde voorouders.

Bastaardgeranium

In Breda hebben we zo langzamerhand een hele verzameling ontsnapte ooievaarsbekken. Die ooievaars in het Markdal zijn geen toeval.

De nieuwste plantaardige ontsnapping is op 16 juli 2012 vastgesteld. Het betreft Geranium x oxonianum ‘Katherine Adele'. Dit is een zeer fraaie cultuurvariëteit, zoals u op de foto kunt zien.
Deze ooievaarsbek is een kruising van Geranium versicolor en Geranium endresii. Beide ouders zijn Zuid-Europa afkomstig.  In Engeland komt echter de bastaard meer voor dan de ouders.

Aardbei met roze bloemen

In Breda zijn we al aardig gewend aan aardbeienplanten met gele bloemen (zie rubriek ‘Stadsplanten’: de schijnaardbei), maar nu hebben we er ook een met roze bloemen (Fragaria ananassa cf).

We vonden deze op 10 mei aan de achterkant van Bergschot 188. Het betreft er  een uit een groep van cultivars met prachtige namen als ‘Lipstick’ en ‘Pink Panda’. De vruchten schijnen eetbaar te zijn.

Oude zeekaarten 2

Een waarneming van 4 mei 2012 onder de titel ’Oude Zeekaarten’, meldt dat de lijnen in de beuk een verdediging van de boom zijn tegen een schimmel.
Een andere of complementaire verklaring troffen we later aan. Hier volgt hij:

Demarcatielijnen
Op dood hout kan men onder de schors, wanneer deze afbladdert, maar ook op zaagvlakken van in het bos achtergelaten hout soms zwarte lijnen waarnemen, die meestal een grillig patroon volgen. Deze lijnen worden gevormd door schimmels en ontstaan op de plaatsen waar de mycelia van verschillende soorten of individuen elkaar ontmoeten. Deze lijnen markeren in feite de grenzen tussen de territoria die verschillende schimmels  ‒ al of niet behorend tot dezelfde soort ‒ innemen. Men spreekt daarom van 'demarcatielijnen'. Demarcatielijnen zijn een uitdrukking van een verdedigingsstrategie van schimmelsoorten, waarbij het eigen territorium ondoordringbaar wordt gemaakt voor de concurrent. Door zorgvuldige metingen onder gecontroleerde omstandigheden is vastgesteld dat de energie die het de schimmel kost dergelijke ‘verdedigingsmuren’ op te trekken wordt 'terugverdiend' met de hoeveelheid 'veiliggestelde' energierijke voedingsstoffen binnen het territorium: zonder demarcatie zou de schimmel veel moeilijker kunnen voorkomen dat de in zijn territorium aanwezige voedingsstoffen door concurrenten worden geconsumeerd.
Doordat sommige schimmels vooral cellulose afbreken en andere schimmels behalve cellulose ook lignine (houtstof) afbreken, kunnen door de verkleuringen in het hout 'bruinrotters' en 'witrotters' van elkaar worden onderscheiden.    
( Foto's: Laurens van Run.)

Een wilde komkommer

Vooral in de zomer zijn komkommers  populair. Men spreekt zelfs van komkommertijd.
In ons land is maar één soort uit de komkommerfamilie inheems: de heggenrank (Bryonia cretica).
De vruchten hebben weinig overeenkomsten met de komkommer; het zijn steenrode bessen.

Je kunt ze beter niet opeten, want ze zijn giftig.
We troffen de plant op 3 juli klimmend aan tegen een hek in de  Gielis Beijsstraat, op de grens met het voetbalveld van Groen-Wit.

Rotsgeranium

Met enige regelmaat vinden we de rotsgeranium (Geranium macrorrhizum) in de stad.
Zoals de naam al aangeeft is ook dit een bergplant, oorspronkelijk uit Zuid-Europa, maar wel oprukkend en al in België gezien.

De plant op de foto staat op Charllotteburg en is genomen op 17 mei. In Nederland staat de plant in ieder geval ook in Utrecht op een muur.

Muurzeepkruid

De stad is een stenige omgeving en daarom geschikt voor bergplanten.
Het muurzeepkruid (Saponaria ocymoides) is zo een bergplant uit Oost- en Zuid-Europa.

Op 25 mei troffen we het aan op Kemelstede. Het plantje is te koop in tuincentra en via een tuin ontsnapt naar het publieke domein.
Op dit moment is het nog zeldzaam als stadsplant, maar is ook al in Amsterdam gesignaleerd.

Proost, daar ga je!

Je gaat voorgoed, als je van een brouwsel van gevlekte scheerling (Conium maculatum) een slok neemt.
De vruchten van deze plant werden gebruikt voor terechtstellingen met de gifbeker. Het bekendst is de veroordeling van Socrates.
De beschrijving van zijn dood door zijn leerling Plato, klopt met de beschreven symptomen. Het begin met gevoelloosheid in de ledematen en uiteindelijk treedt ademhalingsverlamming in. Tot de dood intreedt blijft het hart normaal slaan en blijft men volledig bij bewustzijn.

Een aantal planten werd op 6 juli aangetroffen op een semi-openbaar terrein aan de Esserstraat in Princenhage.
Op de detailfoto is te zien waarom de plant ‘gevlekt’ wordt genoemd.

Franjeverschijnsel

Uit Noord-Amerika is de franjekelk (Tellima grandiflora) afkomstig.
Met een aantal bloemen toornde de plant boven het zevenblad (Aegopodium podagra) uit in een brandgang aan Bergschot op 10 mei.

Ook op in andere steden wordt de plant buiten tuinen waargenomen en is dus mogelijk inburgerend.
De kleur van de  bloemen varieert van  groen-wit  tot purper.

Witte maagd

Normaal bloeit de kleine maagdenpalm (Vinca minor) met blauwe bloemen. In tuincentra zijn ook witbloeiende  variëteiten te koop onder de naam ’Alba’ of ‘Gertrude Jekyll’. Nu blijken  ze zich ook buiten de tuinen te wagen. Deze vonden we op 10 mei in de buurt van Bergschot nr. 358.

Kattenkruid

Het wild kattenkruid (Nepeta cataria) is zeldzaam in de duinen, maar blauw kattenkruid (Nepeta racemosa) kan men op diverse plaatsen in Breda verwilderd aantreffen.
Wij troffen hem aan op 10 mei in Bergschot, maar al eerder op de Valkenierslaan.

De plant is oorspronkelijk afkomstig uit de Kaukasus en Noord-Iran. De plant weert geen katten, zoals sommige mensen denken, maar trekt ze juist aan.

Twee soorten vogelmelk

Ook dit jaar vinden we weer gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) op verschillende plaatsen in de stad. Deze stond in het Laurenspark. Zie de bovenste foto.

Opmerkelijk is de vondst op 3 mei jl. van knikkende vogelmelk (Ornithogalum nutans) in het park Vrederust aan de Overakkerstraat. Zie de foto hiernaast en foto 3.
Dit is een typische stinsenplant. Een stinsenplant is een  plant die alleen voorkomt op oude landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen, voormalige stadswallen en dergelijke.

Het zijn in de regel voorjaarsbloeiers met opvallende bloemen. Deze planten zijn lang geleden van buiten Nederland aangevoerd en aangeplant om te verwilderen en hebben weten stand te houden.

Oude zeekaart

Bijgaande oude zeekaart lag uitgespreid over de stomp van een afgezaagde beuk in het Laurenspark.
Aangetroffen  op 4 mei. We hebben geen idee welke kust we hier zien, wie de tekenaar is en waarom de kaart is achtergelaten.
Het betreft hier weliswaar geen stadsplant, maar is wel plantaardig.

Een nagekomen reactie meldt het volgende:
Inderdaad heel bijzondere stronk. De zwarte lijntjes zijn veroorzaakt, doordat de beuk probeerde de aantasting door de reuzenzwam af te grendelen. Dat lukt soms jarenlang, maar uiteindelijk wint de zwam.

Spikkelviool

Een wel zeer merkwaardige viool zagen we aan de Zandberglaan op 4 mei. Deze spikkelviool heet officieel Viola sororia ´Freckles´. De gespikkelde variant is een cultuurvariëteit.

De gewone Viola sororia is egaal blauw en inheems in het Oosten van de Verenigde Staten. Het is een vaste plant en staat erom bekend dat hij heel makkelijk verwildert en zelfs een plaag kan worden.
Op de foto is te zien dat hij ook aan de Zandberglaan een eerste poging doet Breda verder te verkennen.

Donkere ooievaarsbek

Stinsenplanten zijn niet altijd knollen of bollen.
De donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum) is een plant met ondergronds alleen wortels. Op buitenplaatsen al bekend vanaf de 16e eeuw.

In Bavel troffen we een groot aantal exemplaren aan langs de Lange Bunder op 21 april in een plantsoen. Een duidelijk geval van een tuinvlieder, maar stevig aan het uitbreiden op die plek daar.

Oorspronkelijk komt de plant uit Zuid-Europa.

Viltige bloem van mistige afkomst

De viltige hoornbloem (Cerastium tomentosum) is het hele jaar door te herkennen aan zijn grijze blad.
De plant groeit in een zich gestaag uitbreidende pol op droge en kalkrijke plaatsen. In de duinen komt hij vaak voor. De plant op de foto stond op 27 april aan de straat Nieuw Wolfslaar.

Over de herkomst van de plant bestaat onduidelijkheid. In het ene boek wordt Zuid-Rusland genoemd, andere melden Italië en natuurlijk zijn er altijd de slimmerds die zeggen dat de exemplaren in Nederland allemaal bastaarden zijn.

Uitheemse vergeet-mij-nietjes

Er zijn twee uitheemse vergeet-mij-nietjes in Nederland aan het inburgeren die lastig uit elkaar zijn te houden omdat de verschillen klein zijn.
Het betreft het vroeg vergeet-mij-nietje (Omphalodes verna) en het Kaukasisch vergeet-mij-nietje (Brunnera macrophylla). 

Op 26 maart vonden we in het Holtken het Kaukasisch vergeet-mij-nietje en daarvoor hadden wij het ook al in de Doelakkerstraat gezien.
Treffen we de dubbelganger aan, dan laten we u dat weten.

Voorjaarster en sneeuwroem

Stinsenplanten zijn exotische planten die oorspronkelijke op buitenplaatsen zijn aangeplant. Meestal zijn het voorjaarsbloeiers en vaak bollen of knollen. De term ‘stinsenplant’ is voorbehouden aan oude import, minimaal 1600 en liever nog de Middeleeuwen. Na die tijd is de invoer en het verwilderen van vroege bolgewassen niet opgehouden.

In Breda vonden we op het talud van de rondweg ter hoogte van de Generaal Maczekstraat op 2 april sneeuwroem (Chionodoxa siehei). In Nederland sinds 1880. Inheems in Turkije. (Zie de foto bovenaan).

In de Valkenierslaan was op de dezelfde datum de voorjaarster (Ipheion uniflorum) bezig met een ontsnapping naar de stoep. Inheems in Argentinië en rond 1820 in Nederland. (Zie foto's hiernaast).
De voorjaarster wordt ook oude wijfjes genoemd. Waarom? Wie het weet mag het zeggen.

Paardenbloemstreep

De hele stad en het hele land zijn in april uitbundig versierd met de gele zonnetjes van de paardenbloem.
Hij groeit en bloeit aan stoepranden, bij paaltjes en bushaltes, in graslanden, bermen en plantsoenen - kortom - de paardenbloem is alom aanwezig. Die doodgewone paardenbloem, waarvan we straks allemaal wel eens een zaadpluizenbol willen wegblazen.

Het Oranjeplein, viaduct over de zuidelijke rondweg in de Ginnekenweg, heeft een bijzondere versiering. In de grote, betegelde vluchtheuvel, midden op het viaduct, loopt een diagonale naad, die nu geel en groen is van de paardenbloemen. Tussen andere tegelrijen zijn ze nauwelijks te zien.
Waarom? Onbekend. Maar het ziet er op dit stenige, onherbergzame viaduct heel decoratief en feestelijk uit!

Voorjaarshelmkruid

Een bijzondere vondst aan het zonbeschenen begin van een gangetje aan de Ruusbroecstraat is het voorjaarjaarshelmkruid (Scrophularia vernalis). Al in februari hadden we een tiental rozetten gezien en als ‘raadselplant’ aan de achterban voorgelegd. Dergelijke opgaven heten ‘vegetatieve herkenning van planten’: het thuisbrengen van planten zonder de bloem. Maar bij niemand viel het kwartje.
Pas op 2 april met de eerste bloemen, was duidelijk dat het om het voorjaarshelmkruid ging.

Een zeldzame plant in Breda en verder in Brabant want eigenlijk een duinplant.

Bosplant in de stad

Op terreinen van landgoederen of voormalige landgoederen in de stad kun je vreemde planten vinden, zoals de bosanemoon (Anemone nemorosa). Wij troffen een behoorlijk aantal aan op 26 maart in het parkje achter Fort, vlakbij de begraafplaats Zuylen.

De bosanemoon komt veel voor in het Liesbos en het Ulvenhouts Bos. Daarbuiten vind je hier en daar in de stad plukjes, vooral langs slootkanten.
Tussen Bavel en Breda zijn een paar van die plekken.

Witte viooltjes in Maart

In een park tussen de begraafplaats Zuilen en een straat met de naam Holtken vonden we op 26 maart een mooi groepje witte Maartse viooltjes. Deze soort, Viola odorata, heeft meestal  diep paars-blauwe bloemen.

Waarschijnlijk hebben we hier te maken met  nakomelingen van door mensen uitgeplante exemplaren.

Knol op hol

Zoals alle bodembedekkers heeft de knolsmeerwortel (Symphytum tuberosum) de neiging hem te smeren vanuit zijn oorspronkelijke standplaats en steeds meer ruimte in te nemen. Dat hij het hier goed naar zijn zin heeft hoeft niet te verbazen, want hij is inheems in Engeland en Midden-Europa.

We troffen hem aan op 26 maart in Fort op een plek die lijkt op een door bewoners onderhouden stukje openbaar groen. De knolsmeerwortel lijkt ons een goede kandidaat om in te burgeren de komende tijd.

Nieuwe helmbloem

Varenbladige helmbloem zou heel goed de nieuwe Nederlandse naam kunnen worden voor Corydalis Cheilanthifolia.
Deze plant is zo recent bezig in te burgeren, dat hij nog geen officiële Nederlandse naam heeft. Varenbladige helmbloem is de min of meer letterlijke vertaling van de wetenschappelijke naam.

De afgebeelde planten staan op Mastland en zijn op 16 maart op de foto gezet. Het is van oorsprong een bergplant uit China en hij voelt zich zo te zien goed thuis in Breda op een stenige plek tussen garagemuur en tegels.

Blauwe druifjes

In het voorjaar zie je op allerlei plaatsen in de stad bolgewassen in bloei komen. Vaak zijn ze door particulieren of door de gemeente aangeplant. Sommigen ervan kunnen gaan verwilderen, zoals bijvoorbeeld blauwe druifjes (Muscari botryoides).

Op 12 maart troffen we deze plant aan in een plantsoen aan de Doelakkerstraat. Zo te zien wilde hij de straat op. De plant is afkomstig uit het Middellandse Zeegebied en Klein-Azië.

Bonte crocus

De bonte krokus (Crocus vernus) troffen we aan in de Speldenmakerstraat op 12 maart. Hij lijkt op de boerenkrokus (Crocus tommasinianus) die we twee weken geleden vonden. De bonte krokus heeft echter geen grijze kleur buiten op de kroonbladen en de kroonbladen zijn ook minder lang in verhouding tot hun breedte. Het is van oorsprong een bergplant uit Zuid- en Midden-Europa.

Scheve schaats met scheefkelk

In maart meldden we over de plant op de bijgaande foto’s:  ‘De ruige scheefkelk (Arabis hirsuta) is in het wild een zeldzame plant…’ 
Op 14 mei kwam een email binnen van Rutger Barendse met de volgende inhoud:
‘Op de waarnemingenpagina 2012 van jullie website staat iets geschreven over een Arabis die ik als Arabis procurrens herken. Een tuinplant die in het vroege voorjaar bloeit en maar heel zelden 'ontsnapt'.
Dat hebben we direct gecontroleerd en Rutger Barendse heeft gelijk. Het is in ieder geval niet Arabis hirsuta, en zeer waarschijnlijk wel Arabis procurrens.
Bedankt Rutger Barendse!

Straatkrokus in bloei

Verleden jaar zijn we de serie Waarnemingen begonnen met een bladrozet van een krokus tussen de kasseien. Bloeiende krokussen zagen we niet meer. Dit jaar zijn we op tijd om ze in bloei te betrappen.
Deze boerenkrokus (Crocus tommasinianus) werd op 27 februari gezien in de P.C. Hooftstraat. In die buurt stonden er overigens nog wel meer in brandgangen en op de stoep.

Eekhoorn met ossentong

Een voorjaarsbloeier die je makkelijk over het hoofd ziet is de overblijvende ossentong (Pentaglottis sempervirens). Dat is jammer, want van dichtbij zie je een prachtige blauwe bloem met een wit sterretje in het midden. De plant is sterk behaard en het blad voelt zo ruw als een ossentong.

De plant wordt in Nederland als zeldzaam betiteld, maar neemt in Breda sterk toe, zo is onze indruk.

De foto is gemaakt op 13 januari in de buurt van de Eekhoornstraat.

Witte winterpostelein in de Leeuwenhof

In de wijk Brabantpark, in de omgeving van de Leeuwenhof,  troffen we op 13 januari veel witte winterpostelein (Claytonia  perfoliata) aan. Ook elders in Breda wordt het in toenemende mate aangetroffen. Het is een éénjarige, 10 – 20 cm hoge plant die tijdens de bloei gemakkelijk te herkennen is aan de schotelvormige bladeren, waar de stengel door heen lijkt te groeien. Het betreft hier een tweetal bladeren, die tezamen vergroeid zijn. Je kunt deze groente als salade eten, maar ook als stamppot.
Witte winterpostelein komt oorspronkelijk voor in Noord-Amerika.

Nieskruid

Inderdaad, het gedroogde zaad en de wortel van het stinkend nieskruid (Helleborus foetidus) werden in niespoeder gebruikt. En de bloem van de plant stinkt ook, evenals de bladeren bij kneuzing.

Deze voorjaarsbloeiers willen wel uit tuinen ontsnappen, zoals deze op de foto, die in de Haydnstraat werd betrapt op 16 januari.
Zo duidelijk als de Nederlandse naam is, zoveel verwarring bestaat er over de wetenschappelijke geslachtsnaam ‘Helleborus’. Zowel ‘gif’ als ‘medicijn’ worden als betekenis genoemd, plus nog een paar andere verklaringen. Zeker is dat stinkend nieskruid licht giftig is en sommige andere Helleborussoorten zwaar giftig.

Wolfsmelk voor Barbara

De kruisbladige wolfsmelk (Euphorbia lathyris) is een opvallende en forse plant die we niet veel, maar wel regelmatig in de stad tegenkomen in brandgangen. De plant op de foto van 5-1-2012 staat, met een aantal andere exemplaren, in een brandgang bij de Barbaralaan. Bij beschadiging van stengel of blad treedt direct een wit sap naar buiten: de wolfsmelk. Omdat dat het zeer scherp, branderig en giftig is, wordt het wolfsmelk genoemd.  De toevoeging ‘wolf’ aan zaken geeft aan dat er gevaar is. De reputatie van de wolf was slecht; hij was gehaat. Denk ook aan het sprookje met de boze wolf. Verder was er nog maar kort geleden veel meer bangmakerij van de jeugd, dan jonge mensen zich vandaag de dag kunnen voorstellen.
De toevoeging ‘wolf’ aan planten zoals ‘wolfsmelk’, ‘wolfskers’ en de paddenstoel ‘wolfsboleet’, was dus een effectief signaal; vooral aan kinderen.

Een samenwerking van IVN Mark&Donge en KNNV Breda